Een antenne werkt beter met vrije ruimte rond de receiver. Plaats kabels niet strak langs voedingsadapters of andere sterke storingsbronnen. Dat helpt de ontvangst vaak hoorbaar. Metalen meubels en een gesloten kast kunnen ontvangst verzwakken, omdat radiogolven en draadloze signalen dan minder vrij bewegen.
Verplaats een antenne steeds in kleine gecontroleerde stappen door de kamer. Luister daarna opnieuw naar dezelfde bekende zender op dezelfde bron. Een andere positie geeft vaak meer resultaat dan een langer snoer, vooral wanneer de oorspronkelijke plek tegen een muur ligt. Houd antennekabels zo kort als dat praktisch mogelijk blijft.
Knikken kunnen de kabel beschadigen. Bij zwakke ontvangst kan een buitenantenne nodig zijn, mits de aansluiting en lokale regels daarvoor geschikt zijn. Een storingsvrije plaatsing vermindert onderbrekingen tijdens luisteren, terwijl een nette kabelloop het later vervangen van onderdelen eenvoudiger maakt. Test elke wijziging afzonderlijk voordat je verder zoekt.