Adreslabels kies je vooral op formaat en printmethode. Een vel voor een inkjetprinter werkt anders dan een etiketrol voor een thermische labelprinter, omdat warmte en druk bij het afdrukken verschillen. De ondergrond bepaalt ook veel. Wie adressen vanuit een standaardprogramma afdrukt, moet de sjablooncode zorgvuldig vergelijken met de indeling op het pak, omdat zelfs een kleine afwijking iedere regel zichtbaar laat verschuiven op het volgende etiket.
Formaten lopen van kleine retourstickers tot brede adresstroken voor pakketten. Een gangbaar A4-vel heeft identieke etiketten met vaste tussenruimtes en marges. Meet daarom het bruikbare vlak van je envelop vooraf. Kies een smalle strook voor kleine enveloppen, terwijl een groter etiket leesbaar blijft op dozen waar het bezorgadres meer ruimte nodig heeft.
Let ook op de printerinvoer en het toegestane mediagewicht. Vellen met een gladde drager lopen beter door dan omgekrulde etiketten, vooral bij oudere printers met een bochtig papierpad. Past geen veltype bij je taak, dan biedt het bredere aanbod Labels en etiketten logischer opties.