Een passende afstandsmeter combineert voldoende bereik met betrouwbare nauwkeurigheid. Kijk eerst naar de langste afstand die je werkelijk meet. Een fout van enkele millimeters valt bij kamerwerk meestal niet op. Bij buitenmetingen groeit die afwijking sneller, omdat fel licht de laserpunt minder zichtbaar maakt en een schuin doelvlak de terugkaatsing verzwakt.
Fabrikanten geven bereik vaak op onder gunstige omstandigheden. Een afstandsmeter met 40 meter bereik werkt binnen doorgaans ruimer dan een model dat precies op jouw maximale meetafstand zit. Meet je gevels of terreinen, kies dan extra marge voor zonlicht, donkere oppervlakken en minder stabiele richtpunten. Een vizier of camera helpt buiten.
De meetnauwkeurigheid staat meestal als plus of min millimeterwaarde op de behuizing vermeld. Controleer altijd de opgegeven tolerantie. Voor plattegronden tellen ook meetfuncties mee, zoals oppervlakte, inhoud en indirecte hoogteberekening via Pythagoras. Meerdere referentiepunten zijn nuttig, omdat je vanaf voor- of achterzijde kunt meten. Past dit niet, dan biedt Meethulpmiddelen en sensoren meer meetprincipes voor speciale taken.