Atletiekmateriaal kies je eerst op basis van je onderdeel. Loopnummers vragen om ritme en een vrije baan, terwijl werpnummers juist ruimte en afbakening nodig hebben. Begin daarom bij de beweging die je wilt trainen. Wie vooral werpt, let op massa, grip en de beschikbare werpcirkel.
Voor draaiende worpen zijn discussen bedoeld, met een platte vorm die techniek en veilige afstand extra zichtbaar maakt. Stoten gebeurt vanuit een vaste cirkel. Daarvoor passen stootkogels, omdat gewicht en diameter moeten aansluiten bij leeftijdsgroep en trainingsdoel. Een verkeerde maat verstoort je afworp.
Sprint en estafette vragen juist om een lichte uitvoering zonder scherpe randen. Ook springonderdelen hebben eigen hulpmiddelen. Kijk naar de baan en de ruimte rond het onderdeel, want materiaal dat past bij de locatie vermindert onderbrekingen tijdens training. Train je breed, kies dan eerst per discipline.