Het sensorformaat bepaalt beeldhoek ruisgedrag en de benodigde lensdekking. Een grotere actieve sensorzone vangt bij gelijke techniek meer licht. Dat helpt bij weinig licht. De gebruikte lens moet echter de hele sensor belichten. Vignettering ontstaat zodra de beeldcirkel van de lens te klein is. Meetbare formaten verschillen sterk, want APS-C is geen vaste maat en varieert per camerasysteem.
Full-frame meet doorgaans 36 bij 24 millimeter, terwijl Four Thirds ongeveer 17,3 bij 13,0 millimeter meet. De resolutie zegt hoeveel pixels een sensor per opname vastlegt. Pixel pitch beschrijft de afstand tussen de afzonderlijke pixelcentra. Grotere pixels leveren bij vergelijkbare generaties vaak een rustiger signaal, omdat iedere pixel meer licht opvangt tijdens opnamen met weinig licht bij een noodgedwongen korte belichtingstijd in de praktijk. Vergelijk daarom naast megapixels ook pixel pitch en het fysieke formaat. Voor lenscompatibiliteit tellen sensorformaat en lensvatting altijd samen mee.