Voor bijna elke bevestigingsklus is er één type dat net wat beter past dan de rest, en dat onderscheid zit in hoe de verbinding belast wordt en of je hem later weer los wilt maken. Schroeven zijn de standaardkeuze voor hout, plaatmateriaal en, met de juiste plug, ook steen of beton: ze werken zichzelf vast en zijn zonder schade weer te verwijderen. Een bout en moer neem je voor doorlopende constructies waar je van twee kanten bij kunt, want dan verdeelt de kracht zich over het hele draadoppervlak. Dat geeft een sterkere en beter controleerbare verbinding dan een schroef in los materiaal.
Wil je iets blijvend dichtzetten zonder dat het ooit weer los hoeft, dan is een klinknagel efficiënter dan een bout. Je zet 'm in één beweging vast vanaf één kant, wat handig is bij plaatwerk of constructies waar de achterkant niet bereikbaar is. Spijkers gebruik je vooral bij houtverbindingen die minder trekkracht te verduren krijgen, zoals latwerk of bekisting: sneller te plaatsen dan een schroef, maar minder sterk en lastiger weer te verwijderen zonder schade aan het hout.
Twijfel je tussen een schroefverbinding en een oplossing met klinknagels, kijk dan niet alleen naar snelheid maar ook naar wat er gebeurt als de verbinding ooit faalt. Bij een gevel of dak wil je iets kunnen controleren en zo nodig vervangen, bij een permanente montage is een popnagel juist een voordeel omdat hij niet kan losdraaien door trilling.