Filters, pompen en injectoren vragen elk om andere controles. Een filter beschermt gevoelige delen tegen vuil. De filterfijnheid wordt vaak in micron vermeld. Een klein getal houdt fijnere deeltjes tegen.
Bij vervuiling stijgt de weerstand sneller. Een brandstofpomp moet voldoende volume leveren bij de druk die de motorregeling verwacht. Injectoren doseren brandstof via een sproeibeeld dat past bij de verbrandingskamer en de aansturing van de motorcomputer. Revisiesets zijn niet altijd uitwisselbaar.
Bij Bosch-brandstofsystemen zie je regelmatig nummers voor pompen, sensoren en injectiedelen, dus controleer steeds welke positie het onderdeel heeft. Controleer ook de afdichtring en de montagepositie volgens de voertuigspecificatie. Vervang een injector niet alleen op basis van een foutcode, want bedrading, een lekkende afdichting of afwijkende brandstofdruk kan tijdens dezelfde test een vergelijkbare melding op het diagnoseapparaat veroorzaken. Testwaarden geven richting. Een vervuilde tank kan nieuwe onderdelen snel belasten, daarom verdient de oorzaak van vervuiling altijd aandacht.