Kleurfilm en zwart-witfilm geven duidelijk verschillende beeldresultaten. Kleurfilm legt kleuren vast met meerdere lichtgevoelige lagen. De kleurweergave verschilt per emulsie, waardoor huidtinten, groen en schaduwen een eigen karakter krijgen. Zwart-witfilm benadrukt juist contrast, structuur en licht. Dat maakt vormen sterker.
Negatieffilm heeft doorgaans meer speelruimte bij belichting dan diafilm, waardoor kleine meetfouten minder snel verloren hooglichten of dichte schaduwen opleveren. Diafilm geeft een positief beeld op de film zelf. Daarom moet je de belichting preciezer meten, want overbelichte delen herstellen bij ontwikkeling vaak minder goed. Let ook op de ontwikkeling, omdat kleurenfilm en zwart-witfilm niet altijd hetzelfde proces gebruiken. Vervoer de camera in een cameratas en houd losse rolletjes apart van warmte.
Een proefrolletje is verstandig wanneer je een onbekende emulsie gebruikt of voor het eerst zelf wilt meten. Noteer filmsoort en ISO, zodat je na ontwikkeling beter ziet welke keuzes het resultaat bepaalden.