Een springtouw past bij korte intensieve trainingen met weinig ruimte. Je gebruikt het vooral voor ritme, voetenwerk en een snel oplopende hartslag. De techniek vraagt wel oefening. Een verkeerde lengte verstoort iedere sprong.
Bij springtouwen verschilt de lijn vaak in materiaal, gewicht en draaigedrag. Een licht model draait snel, terwijl een zwaardere lijn meer voelbare feedback geeft. Beginners profiteren vaak van die feedback. Meet de lengte door met één voet op het midden te staan, waarna de handgrepen bij een ontspannen houding ongeveer tot je oksels aan beide zijden mogen komen.
Een gladde vloer laat de lijn voorspelbaarder landen dan tapijt of losse tegels. Draag schoenen met grip. Vervang een gerafelde lijn snel, omdat slijtage de draaibeweging onregelmatig maakt.