Een chronometer past bij trainingen met duidelijke meetmomenten. Voor een enkele sprint of rustpauze volstaat een basismodel met een startknop, stopknop en resetknop. Bij herhalende intervallen bespaart een model met rondegeheugen tijd, omdat je resultaten later naast elkaar kunt zetten. Dat voorkomt fouten.
Een stopwatchfunctie meet één doorlopende duur, terwijl een tussentijdfunctie de klok tijdens het registreren laat doorlopen. Lap time noteert meestal de vorige ronde zonder de totale training te stoppen. Split time toont juist een tussentijd, zodat je tempo binnen dezelfde poging kunt beoordelen. Kies alleen wat je gebruikt.
Voor circuittraining werkt een hoorbaar signaal prettig, vooral wanneer je niet steeds naar het scherm wilt kijken. Bij cardiotraining tellen herhaalbare intervallen vaak zwaarder dan zeer veel opgeslagen metingen. Wil je ook toestellen voor andere trainingsvormen vergelijken, dan biedt Sporten en fitness een breder vertrekpunt.