Een veilige aansluiting beschermt zowel de motor als gebruiker. Schakel de voeding volledig uit voordat je aansluitingen, koppelingen of afschermingen aanraakt. Gebruik een trekontlasting bij een bewegende kabel. Een behuizing met geschikte IP-bescherming houdt stof of vocht beter buiten, al zegt de IP-code niets over mechanische stootvastheid.
Aarding is nodig wanneer de constructie daarvoor is ontworpen. Volg het aansluitschema van de fabrikant, omdat verkeerde draairichting of fout aangesloten condensatoren schade kunnen veroorzaken. Zorg dat zekering, motorbeveiligingsschakelaar en kabeldoorsnede op de verwachte stroom zijn afgestemd, zodat een vastlopende as niet langdurig warmte in windingen, kabels of aansluitpunten opbouwt tijdens een storing in de aandrijving. Een thermische beveiliging schakelt bij oververhitting af.
Maak ventilatieopeningen regelmatig stofvrij. Versleten lagers herken je vaak aan toenemend geluid, trillingen of speling bij een stilstaande as. Vervang beschadigde snoeren direct en voorkom dat olie of vocht bij niet-afgedichte aansluitingen komt.