Fietskettingen moeten passen bij de aandrijving van je fiets. Het aantal versnellingen bepaalt vooral de buitenbreedte. Een smalle ketting loopt tussen dicht geplaatste tandwielen zonder schuren. Brede varianten horen meestal bij eenvoudiger aandrijvingen met minder tandwielen achter, waardoor de ruimte tussen de kettingplaten groter blijft. Tel daarom de kransjes op je cassette of freewheel.
Bij twijfel vertelt het aantal kransjes achter welk systeem je aandrijving gebruikt en welke kettingbreedte daarbij hoort. Een verkeerde breedte schakelt slecht. Kettingen voor fietsen met een derailleur verschillen duidelijk van modellen voor fietsen met naafversnelling. Een naafketting is vaak breder en werkt goed met één rechte kettinglijn tussen beide tandwielen. Die kettinglijn is de afstand tussen voorste en achterste tandwiel.
Kies geen derailleurketting voor een zware eenversnellingsaandrijving, want de plaatvorm en belastingsrichting verschillen tijdens zwaar trappen duidelijk. Slijtage versnelt dan. Vervang een krom of vastzittend schakelstuk direct, omdat onregelmatige beweging ook de tanden van je tandwielen extra belast op termijn. Past dit niet bij je fiets, dan is het bredere aanbod van Fietstandwielonderdelen vaak logischer.