Begin met het proces dat je werkelijk gaat gebruiken. Maak je zwart-witvergrotingen, kies dan eerst tussen variabel contrastpapier en vaste gradatie. Kleurpapier vraagt een eigen proces. Dat voorkomt miskopen. Bepaal daarna je grootste afdrukformaat en controleer of vergroter en bakken dat formaat aankunnen.
Kies vervolgens resin coated papier wanneer je snel wilt oefenen, terwijl vezelpapier beter past bij een trager afwerkingsproces. Koop niet blind een glanzende finish. Bekijk een proefafdruk bij het licht van je kamer, omdat reflecties op papier aan de muur sterk kunnen verschillen.
Voor een vaste werkplek helpen Apparatuur voor ontwikkelen en afdrukken, omdat passende bakken krassen en ongelijkmatige ontwikkeling helpen voorkomen. Noteer je filterstand, belichtingstijd en ontwikkeltijd bij elke proef. Zo herhaal je geslaagde afdrukken met minder verspilling, terwijl losse gissingen vaak extra vellen kosten en je resultaat bij een volgend negatief veel minder voorspelbaar maken in de doka.