Gipsgaas kies je vooral op vorm en formaat. Smalle stroken volgen rondingen beter, terwijl brede banen vlakke vlakken sneller bedekken. Voor maskers werkt een kleinere maaswijdte prettig. Reliëfs vragen een passende laagdikte.
Een open weefsel neemt water snel op en laat gips tussen de draden hechten. Een kleine maaswijdte geeft vaak een gelijkmatiger oppervlak, omdat minder vezelstructuur zichtbaar blijft. Test daarom eerst een klein proefstuk. De ondergrond bepaalt mede hoeveel lagen nodig zijn.
Gebruik meerdere smalle banen op een neus, kin of scherpe rand, want één brede baan trekt daar sneller plooien. Grote vormen vragen juist overlap, zodat de schaal na droging niet langs een naad openscheurt. Past je project niet bij deze techniek, dan biedt het bredere aanbod van Pottenbakken en beeldhouwen meer materiaal voor vormen en afwerken.