Monteer hulpstukken pas nadat de gootlijn goed is uitgezet. Begin bij de uitloop en werk naar de einden. Zo blijft het afschot controleerbaar. Beugels dragen de goot en beperken doorhangen bij regenwater.
Zet een uitloop op de geplande afvoerpositie, zodat regenwater geen lange weg door de goot aflegt. Controleer ook of de regenpijp recht onder de uitloop kan komen. Werk veilig vanaf een stabiele ladder of steiger. Houd rekening met sneeuw, bladeren en ijsvorming.
Plaats verbindingen zo dat je ze later kunt inspecteren zonder delen van de dakrand los te halen. Een te krap gemonteerde goot kan bij sterke warmte merkbaar bollen, terwijl een losse verbinding kan lekken wanneer windgedreven regen langdurig onder de overlap wordt gedrukt tijdens een bui.
Plan daarom uitzetruimte volgens het gekozen gootsysteem en plaats vaste punten alleen waar de montagewijze dit aangeeft. Wie ook de dakbedekking vervangt, kan dakshingles en pannen vergelijken voor een passende randafwerking.