Handgrondboren passen bij kleine gaten in losse tuingrond. Je kiest vooral op diameter, gewenste werkdiepte en weerstand van de bodem. Een smalle boorkop vraagt minder kracht. Voor een paal moet het gat breed genoeg zijn, zodat je hem recht kunt plaatsen en aanvullen.
Spiraalboren voeren losse aarde betrouwbaar omhoog tijdens het draaien. Een model met open spiraal raakt minder snel vol bij droge zandgrond. Kleefachtige klei blijft juist gemakkelijker hangen. Voor harde lagen helpt een stevige punt, omdat die de boor op zijn plaats houdt bij de eerste omwentelingen.
Plantgaten vragen meestal minder precisie dan gaten voor schuttingpalen. Kies voor palen een diameter die ruimte laat voor uitlijning en aanvulmateriaal. Meet eerst de paal op. Heb je daarnaast gaten in hout of metaal nodig, kijk dan naar boren voor gereedschap, omdat een grondboor niet veilig of gecontroleerd door hout en metaal snijdt en het materiaal rond het gat snel beschadigt.