Rustig aanbrengen voorkomt strepen, zakkers en onvoldoende dekking. Roer grondverf zorgvuldig door zodat pigmenten en bindmiddelen weer gelijk verdeeld zijn. Werk in dunne lagen. Gebruik voor grote vlakken een roller die past bij de structuur van de ondergrond.
Een kwast bereikt randen en profielen beter, terwijl een roller op vlak hout of muurwerk vaak gelijkmatiger verdeelt. Ventileer tijdens het schilderen. Vermijd tocht en direct zonlicht, omdat de buitenlaag anders te snel kan aantrekken. Respecteer de aangegeven droogtijd voordat je schuurt of aflakt, want een laag die vanbinnen nog zacht is kan beschadigen.
Controleer de VOC-aanduiding wanneer je binnenshuis werkt, vooral als je gevoelig bent voor geur of dampen. Draag handschoenen en voorkom huidcontact. Reinig watergedragen grondverf direct met water, terwijl terpentine of een andere geschikte verdunner meestal nodig is voor alkydgrondverf. Sluit een aangebroken blik goed af en bewaar het vorstvrij, zodat bruikbare restanten niet voortijdig bederven.