De juiste bandmaat begint bij de lugbreedte van je horloge. Die meet je nauwkeurig tussen de twee kastoren in millimeters. Veel horloges gebruiken 18, 20 of 22 millimeter. De band moet exact deze breedte hebben, omdat een afwijking speling of schade kan geven. Dat voorkomt miskopen.
Kijk daarna naar het bevestigingspunt, zoals een veerstift, schroefverbinding of geïntegreerde aansluiting. Een geïntegreerde band past vaak alleen op één specifieke kastvorm. Ook de lengte telt, vooral wanneer je pols smal of juist breed is. Meet daarom je polsomtrek en vergelijk die met de opgegeven bandlengte, want een sluiting hoort ruimte te laten zonder dat de kast rond je pols draait. Controleer tenslotte ook of de band taps toeloopt bij de sluiting.