Het meetbereik moet passen bij de plek die je controleert. Voor een koelkast is een bereik rond min 20 tot plus 50 graden Celsius doorgaans voldoende. Bij bakken of braden ligt de bovengrens veel hoger. Controleer daarom de schaal.
Nauwkeurigheid geeft aan hoeveel de getoonde waarde kan afwijken. Een afwijking van plus of min 1 graad is voor kamertemperatuur vaak bruikbaar. Voor voedselbereiding wil je liever kleiner meten. Dan zie je grenzen duidelijker.
Bij het controleren van vlees, suikerstroop of frituurolie maakt een kleine afwijking verschil, omdat veilige kerntemperaturen en bereidingsstadia soms dicht bij elkaar liggen tijdens het koken thuis in kleine pannen. Een resolutie van 0,1 graad toont kleine veranderingen, terwijl de werkelijke nauwkeurigheid lager kan liggen. Vergelijk daarom steeds de resolutie zorgvuldig met de opgegeven afwijking. IJswater biedt een nuttige controle.