De juiste afmetingen voorkomen losse verbindingen en beschadigde oppervlakken. Pootlengte meet je vanaf de onderkant van de rug tot de punt. Rugbreedte bepaalt het contactvlak. Kies de lengte op basis van de bovenste laag en de gewenste indringdiepte.
Bij dunne folie is een korte poot vaak genoeg, omdat de ondergrond snel weerstand biedt. Dikker isolatiemateriaal vraagt meestal langere poten, mits de drager voldoende stevig is. De draaddikte moet daarbij passen, want dun draad buigt eerder bij harde ondergronden. Dat voorkomt slechte hechting.
Controleer ook de maatnotatie van fabrikant en tacker, omdat dezelfde lettercode per fabrikant niet altijd identieke rugbreedtes, draaddiktes en pootlengtes aanduidt op de verpakking of in technische documentatie. Een proefschot geeft snel duidelijkheid. Voor gaten boren of verzinken heb je vaak beter passende Booraccessoires nodig.