Met vier controles vind je sneller de kabel die past. Begin bij de poorten van bron en doelapparaat. Noteer vorm, eventuele markering en gewenste functie. Foto's helpen daarbij.
Bepaal daarna of je stroom, beeld, netwerk of gegevens wilt doorgeven. Kies vervolgens een lengte die de route volgt zonder strakke bochten of een grote opgerolde bundel. Een kleine reservemarge is verstandig. Daarna vergelijk je de technische versie aan beide uiteinden.
Voor telefonie met modulaire stekkers geven telefoonkabels richting, terwijl oude huisinstallaties soms een afwijkend aansluitpunt hebben. Bedien je meerdere computers met één scherm en randapparatuur, kies dan KVM-kabels, omdat beeld, USB en soms audio via één gecombineerde kabel tussen computers en werkplek betrouwbaar moeten werken. Controleer ten slotte of je adapter of verlengkabel werkelijk nodig hebt. Zo blijft de verbinding overzichtelijk.