De samenstelling bepaalt hoe kleurkrijtjes tekenen en aanvoelen. Zachte was geeft meestal snel pigment af. Een hard krijtje houdt zijn vorm langer. Daardoor kun je dunner werken zonder voortdurend een nieuwe punt te zoeken.
Een zachte wasformule geeft doorgaans een vollere veeg op ruw papier, omdat meer pigment aan het oppervlak blijft dan bij een harde staaf die vooral dunne lijnen maakt. Druk je hard, dan kan een zachte punt plat worden. Dat is normaal bij brede kleurvlakken. Gebruik de zijkant voor een egale veeg.
Waskrijtjes blijven meestal minder poederig dan droge tekenmaterialen. Voor vervaagde overgangen met los pigment zijn pastelkrijtjes beter geschikt. Die vragen wel om voorzichtiger werken. Meng kleuren eerst op een proefvel, want sommige tinten worden snel modderig.