Papiergewicht en formaat bepalen hoe strak je werk wordt. Het gewicht staat meestal als g/m² op de verpakking. Een hoger getal betekent doorgaans een dikker en stijver vel. Rond 80 g/m² vouwt papier makkelijk, maar lijm en verf kunnen sneller doordrukken.
Voor kaarten werkt 160 tot 220 g/m² vaak prettiger. Zo'n vel blijft beter recht na het lijmen. Gebruik voor stevige omslagen of staande vormen liever effen en gemarmerd karton, omdat dit materiaal meer vorm houdt. Test eerst een restje.
Formaten volgens ISO 216, zoals A4 en A3, sluiten goed aan op mappen, snijplanken en printers. Meet ook de gewenste omslag of ondergrond voordat je een vel kiest, want een kleine marge voorkomt verkeerde sneden. Vierkante vellen voorkomen extra snijwerk bij symmetrische vouwprojecten. Kies een formaat dat past bij het eindwerk, zodat je randen niet uit smalle stroken hoeft samen te voegen.