Koffiezetapparaten verschillen vooral in bereidingstijd en gewenste koffiestijl. Een filtermachine zet meerdere koppen achter elkaar en past bij huishoudens die gewone zwarte koffie drinken. Een volautomaat maalt bonen per kop en biedt vaak instelbare sterkte. Daarmee betaal je met meer onderhoud.
Voor verse espresso met een eigen maling kies je espressoapparaten. Een pistonmachine vraagt oefening, omdat dosis, maling en aandrukken samen de doorlooptijd bepalen. Capsules geven een vaste portie en beperken het afwegen bij elke bereiding. De smaakruimte blijft daardoor kleiner dan bij verse bonen.
Wie eenvoud zonder stroom zoekt, kan een cafetière vergelijken met een percolator of vacuümsysteem. Bij een cafetière blijft koffiedik langer in contact met water, waardoor de drank voller wordt maar ook bezinksel kan bevatten. Percolators werken op dampdruk uit verwarmd water. Een vacuümsysteem gebruikt dampdruk en filtratie, waardoor het proces zichtbaar is maar meer aandacht vraagt na het verwarmen.