Kies kruiden en specerijen vanuit de gewenste basissmaak. Bladerige kruiden smaken vaak fris of groen, terwijl specerijen uit zaden, schors, wortels of vruchten meestal warmer en aardser smaken. Dat verschil proef je snel.
Bepaal eerst of je warmte, frisheid of zoetige diepte zoekt. Kaneel en kardemom passen bijvoorbeeld goed bij zoete bereidingen, terwijl komijn en korianderzaad een hartiger karakter geven. Een scherpe smaak vraagt vaak om een aparte keuze.
Zoek je vooral bladeren voor sauzen of salades, dan is het bredere aanbod van kruiden logischer. Gedroogde blaadjes verliezen namelijk sneller hun vluchtige aroma's dan harde specerijen, waardoor verpakking en bewaartijd hier zwaarder meetellen. De geur geeft veel weg.
Gebruik een mengsel wanneer je snel een herkenbare richting wilt. Losse potjes passen beter als je zelf wilt bijsturen, omdat je dan zout, hitte en zoetheid afzonderlijk doseert. Begin altijd met weinig.