De brandpuntsafstand bepaalt hoeveel van de scène je vastlegt. Een korte brandpuntsafstand past bij een brede gang of kleine kamer, terwijl een langere uitvoering een smalle uitsnede geeft vanaf grotere afstand. Millimeters alleen vertellen niet alles. De sensormaat verandert namelijk de uiteindelijke beeldhoek. Controleer daarom altijd de combinatie van lens en sensorformaat.
Een 1/2,8-inch sensor vraagt een lens die dat beeldformaat daadwerkelijk afdekt. Varifocale modellen vermelden een bereik, bijvoorbeeld 2,8 tot 12 mm, zodat je tijdens montage de uitsnede kunt verfijnen. Dat bespaart vaak een verkeerde vaste lens. Let ook op perspectief. Een zeer brede kijkhoek laat voorgrond groot lijken, terwijl details achterin kleiner worden en identificatie op afstand daardoor lastiger wordt. Voor fotografische toepassingen buiten toezicht zijn cameralenzen logischer, omdat autofocus en creatieve beeldvorming daar vaker meewegen.
Stel de uitsnede in op de plek waar herkenning nodig is, want een proefbeeld maakt verschillen in gezichtsdetails direct zichtbaar. Herhaal die controle bij daglicht en bij de verlichting die 's avonds werkelijk brandt.