Eén lens werkt zelden goed tijdens alle winterse weersomstandigheden. Bij blauwe lucht beschermen donkere lenzen tegen fel licht op open hellingen. Schaduw onder bomen vraagt juist om meer bruikbaar licht tijdens afdalingen. Met een tweede lens voorkom je langdurig skiën met een te donkere tint tijdens snel wisselende bewolking, slecht contrast en vlakke passages op brede pistes in ochtend of middag. Dat verbetert je dieptezicht tijdens wisselende passages op de piste merkbaar.
Wie vooral in de ochtend start, krijgt vaak harde contrasten door lage zon en afwisselende schaduw. Plan dat vooraf. Een middenhoge VLT is dan vaak bruikbaarder dan een zeer donkere zonlens, omdat het licht later op de dag kan afnemen.
Bij mist helpt een passende tint om kleine contrasten beter te onderscheiden. Bewaar de lens droog. Geen lens maakt verdwenen reliëf op een vlakke helling volledig zichtbaar. Een Anon-lens die zonder gereedschap loskomt bespaart je tijdens wisselvallig weer koude handen en lang zoeken naar de juiste greep bij de lift.