Leuningen en leuningsystemen verschillen vooral door vorm, functie en bevestiging. Een losse muurleuning ondersteunt een trap of gang. Een balustradeleuning sluit een open rand af. Vooral de ondergrond bepaalt welke uitvoering veilig gemonteerd kan worden.
Bij een open trap vraagt een doorlopende leuning meer aandacht dan een korte greep, omdat je hand geen onderbreking moet voelen. Een wandmodel houdt de loopruimte vrij. Vrijstaande staanders passen bij glas of een open vide. Voor trapconstructies kun je ook kijken bij Trappen, omdat de opbouw en randafwerking daar de benodigde steunpunten bepalen.
Ronde profielen voelen meestal prettig aan. Hoekige modellen geven een strakker beeld. Een systeem met bochten en eindstukken werkt beter langs lange wanden, omdat losse delen daar zichtbare overgangen kunnen geven. Kies eerst de route die je wilt ondersteunen.