Breng olie aan wanneer je huid nog licht vochtig is. Daardoor blijft vocht beter aan het huidoppervlak gebonden. Dep je huid eerst droog. Gebruik daarna enkele druppels per lichaamsdeel en verdeel ze met rustige strijkbewegingen. Op vochtige huid vormt olie een afsluitende laag die waterverlies afremt, terwijl te veel product op een droge huid sneller plakkerig kan aanvoelen.
Begin bij schenen, armen en ellebogen, omdat die plekken vaak het eerst ruw aanvoelen. Masseer rond gewrichten iets langer. Een pompflacon voorkomt geknoei, terwijl een pipet precies doseert bij kleine hoeveelheden. Handen blijven dan minder vet. Voor je gezicht kies je liever een formule die daarvoor is bedoeld, want de huid daar reageert vaak anders.