Een veilige vervanging begint met uitschakelen en afkoelen van de lamp. Schakel altijd de stroom uit. Een hete glazen lamp kan barsten bij aanraking of temperatuurverschil.
Pak een lamp bij de voet vast wanneer het glas dun is of een coating heeft. Vingerafdrukken kunnen plaatselijk extra warmte veroorzaken. Bij halogeenlampen speelt dit sterker, omdat vuil op het glas de levensduur kan verkorten. Gebruik daarom een schone doek.
Vervang een kapotte lamp niet alleen op fitting, want lichtkleur en lichtsterkte veranderen het effect in de ruimte zichtbaar. Controleer beschadigde snoeren en lamphouders vooraf om warmte of vonken door een slecht contact te voorkomen.
Bewaar reservebuizen recht en beschermd om kleine scheurtjes door druk op het glas te voorkomen. Meerdere gelijktijdige uitvallers wijzen vaak op het armatuur of de voeding en vragen eerst om zorgvuldige controle van bedrading en fitting voordat je nieuwe lampen voor dezelfde ruimte aanschaft.