De ondergrond bepaalt welke punt echt bruikbaar blijft. Op ruw hout zakt een dunne vezelpunt weg tussen de nerven. Een timmerpotlood houdt daar beter stand. De platte kern geeft een brede lijn, zodat je hem langs een liniaal stabiel kunt trekken.
Glad metaal vraagt juist om inkt die niet meteen uitveegt. Een permanente markeerstift hecht vaak goed op gesloten oppervlakken. Vet, stof en vocht verminderen die hechting aanzienlijk. Maak het werkvlak daarom eerst schoon, want een heldere markering voorkomt dat je een maat verkeerd overneemt.
Voor donkere ondergronden helpt een contrasterende kleur. Witte of gele inkt blijft doorgaans beter leesbaar dan blauw op zwart staal, vooral bij werk in minder licht. Test de markering op een reststuk voordat je begint.