Markeerstiften passen bij jouw papier als de inkt niet doordrukt. Dun kopieerpapier vraagt meestal om een drogere inkt en een beperkte kleurlaag. Dat voorkomt vlekken op de achterzijde. Brede beitelpunten leggen snel veel inkt neer, waardoor dun papier eerder golft.
Voor studieboeken werkt een doorschijnende kleur het best, omdat gedrukte letters leesbaar blijven. Zwarte tekst blijft zichtbaar. Test een stift eerst in de marge wanneer je papier erg licht is. Bij dubbelzijdig noteren helpt een kleinere puntbreedte, omdat je minder oppervlak bedekt en de achterzijde daardoor rustiger blijft.
Kies arceerstiften als je vooral regels en passages wilt accentueren. Ze zijn hiervoor gemaakt. Wil je ook etiketten of karton beschrijven, dan passen markers vaak beter bij dat werk. Kleur is minder bepalend dan papiergedrag, want een mooie tint helpt niet wanneer tekst onleesbaar wordt.