Medische thermometers verschillen vooral in meetplaats en gebruiksgemak. De keuze bepaalt hoe snel je meet en hoeveel je de uitslag in de praktijk kunt vertrouwen. Voor jonge kinderen telt rust extra.
Contactthermometers meten onder de tong, in de oksel of rectaal. Rectaal meten benadert de kerntemperatuur beter, terwijl een okselmeting sterker afhangt van huidcontact en houding. Een flexibele punt voelt prettiger.
Oorthermometers registreren infraroodstraling bij het trommelvlies en geven vaak binnen seconden een waarde. De plaatsing vraagt wel aandacht, omdat oorsmeer of een verkeerde hoek de meting kan verstoren. Voorhoofdmodellen werken zonder contact.
Bij slapende kinderen is zo'n model handig voor snelle controles. Zweet, tocht en een verkeerde afstand maken de uitkomst minder stabiel dan bij goed geplaatste contactmetingen. Kies daarom een meetmethode die past bij leeftijd en situatie, omdat een snelle waarde weinig helpt wanneer je de thermometer bij elk gebruik anders moet plaatsen of schoonmaken na gebruik.