Het etiket van melk maakt verschillen tussen pakken zichtbaar. Vetgehalte staat meestal als percentage of per 100 milliliter vermeld. Bij volle varianten ligt dat gehalte vaak rond 3,5 procent vet. Halfvolle melk bevat doorgaans ongeveer 1,5 procent vet. De voedingswaardetabel noemt ook eiwit, koolhydraten en zout per 100 milliliter.
Lactose is de natuurlijke melksuiker en verklaart een deel van de koolhydraten op het etiket. Wie lactose slecht verdraagt kiest meestal lactosevrije melk voor dagelijks gebruik. Daarbij is lactose al gesplitst in glucose en galactose, waardoor de melk vaak iets zoeter smaakt zonder toegevoegde suiker. Homogenisatie verdeelt de vetbolletjes fijn en gelijkmatig door de melk. Daardoor drijft er minder snel een roomlaag bovenop.
Pasteurisatie verhit melk kort en remt veel bacteriën, terwijl UHT-verhitting een veel langere gesloten houdbaarheid mogelijk maakt. De term 'gesteriliseerd' komt bij melk tegenwoordig minder vaak voor. Lees ook de bewaarzin, want die geldt na openen anders.