Het frequentiebereik moet goed aansluiten op je draaggolf. De opgegeven ondergrens en bovengrens geven aan binnen welk gebied de werking is gespecificeerd. Ga niet uit van een enkele middenfrequentie. Een modulator kan rond één punt goed presteren, terwijl het gedrag aan de randen minder voorspelbaar wordt.
Bandbreedte beschrijft hoeveel frequentieruimte het gemoduleerde signaal inneemt. Een hogere modulatiefrequentie verbreedt die ruimte. Tel zijbanden mee bij analoge modulatie, want die bepalen samen met de draaggolf welke band je component moet verwerken. Bij snelle digitale pulsen spelen stijgtijd en harmonischen eveneens mee.
Vergelijk meetvoorwaarden naast de kale grenswaarden in het datasheet. Daarin staan vaak vermogen, belasting en toegestane afwijking vermeld. Dat maakt vergelijken eerlijker. Wanneer je bron een breed spectrum levert, moet de opgegeven band niet alleen de draaggolf omvatten maar ook voldoende ruimte bieden voor zijbanden, eventuele harmonischen en de afwijking die je toepassing nog verdraagt.