Je kiest sneller wanneer je afstand en draagwijze eerst vastlegt. Bepaal of je vooral zoekt, volgt of meet. Dat scheelt twijfel. Kijk daarna naar gewicht, bediening en de tijd die je aaneengesloten door een oculair kijkt.
Voor wandelingen is een lichte kijker vaak prettig, omdat je hem sneller meeneemt en minder lang voelt dragen. Een monoculair past goed wanneer pakruimte beperkt blijft. Twee oculairs kijken rustiger. Een verrekijker is daarom meestal logischer voor urenlange natuurwaarneming of het volgen van groepen in een breed landschap.
Bij een vaste opstelling mag het instrument groter zijn, want je hoeft het gewicht niet voortdurend te dragen. Controleer dan de montage en de beschikbare kijkafstand. Brildragers hebben voldoende oogafstand nodig, omdat een klein beeldveld anders sneller optreedt tijdens wisselen tussen onderwerp en omgeving in het veld. Probeer de bediening met handschoenen.