Een goede pasvorm begint bij schouders en borstomvang. De schoudernaad hoort op de schouderpunt te eindigen, omdat een naad op de bovenarm de mouw laat trekken. Meet een goed passend kledingstuk plat op. Vergelijk daarna borstbreedte, ruglengte en mouwlengte met de maattabel van het merk. Een ruim model geeft bewegingsruimte, terwijl een slim fit de romp dichter volgt.
Bij overhemden moet de kraag sluiten zonder druk op je keel. Steek twee vingers onder de gesloten boord. Een langere zoom blijft beter in je broek tijdens bukken, terwijl een kort model los dragen minder volumineus maakt.
Let bij een oversized shirt niet alleen op borstwijdte, omdat te brede schouders de hele proportie veranderen. Maattabellen verschillen per merk, waardoor dezelfde lettermaat bij twee modellen een andere borstbreedte kan hebben door voorwas, elastaan of een bewust ruim vallend patroon in de romp en bij de schouders. Pas thuis direct met de onderlaag die je vaak draagt.