De juiste bitmaat voorkomt knellen en onrustige handhulpen. Meet de mondbreedte met een meetstok wanneer het paard ontspannen staat. Veel bitmaten lopen van 10,5 tot 14,5 centimeter. Een bit mag aan beide kanten slechts een halve centimeter uitsteken.
Te smal knelt. Een te breed exemplaar schuift sneller heen en weer, waardoor signalen minder direct aankomen en de ringen tegen de lippen kunnen draaien. Controleer de pasvorm daarom eerst zonder spanning op de teugels. Bekijk ook de ruimte tussen mondstuk en kiezen, want een dik mondstuk ligt niet in elke mond prettig.
Een dunner mondstuk kan scherper inwerken bij dezelfde teugeldruk, terwijl een dikker model de druk over meer oppervlak verdeelt maar ruimte vraagt. Gebruik het bit alleen met een passend hoofdstel, zodat bakstukken het mondstuk niet omhoog trekken. Bij jonge paarden kan de pasvorm door gebitsontwikkeling veranderen, waardoor een eerder passend mondstuk na enkele maanden toch drukpunten of schuren bij de mondhoeken tijdens het werken kan geven.