De vezelstructuur bepaalt de stevigheid en het oppervlak. Papierpulp bestaat uit vezels die na droging samen een stevige vaste huid vormen. Langere vezels kunnen kleine openingen tijdens het drogen beter overbruggen. Fijne pulp vult reliëf strakker na het drogen, terwijl grove pulp een zichtbare structuur houdt.
Een passend bindmiddel houdt de gedroogde vezels duurzaam bij elkaar. Sommige mengsels bevatten dit bindmiddel al in het poeder. Volg daarom de waterverhouding op de verpakking precies, omdat te veel water de massa merkbaar slapper maakt. Roer rustig totdat alle droge klonten verdwenen zijn.
Gebruik een kern bij brede vormen. Bij grote gebogen vormen biedt gipsgaas soms een bruikbare onderlaag voor een papier-machévorm. Dat gaas geeft vormvastheid aan kwetsbare rondingen, terwijl papierpulp daarna het oppervlak kan sluiten en kleine details kan verzachten tot een rustig geheel. Maak wel eerst een proefstuk.