Het snijtype bepaalt hoeveel bescherming je documenten krijgen. Stroken zijn vooral geschikt voor gewone interne papieren. Een strokenmodel snijdt vellen in lange repen. Dat werkt snel, terwijl losse stroken bij vertrouwelijke gegevens makkelijker te reconstrueren zijn.
Cross-cut verdeelt papier in kleinere stukjes en beperkt daardoor de leesbaarheid van weggegooide informatie. Micro-cut maakt nog fijnere deeltjes. Die extra bescherming vraagt vaak meer tijd per vel en kan de opvangbak sneller vullen. Kies daarom niet alleen op veiligheidsgevoel.
Voor loonstroken, klantgegevens of medische correspondentie past een fijnere snede beter, omdat zulke papieren vaak meer identificeerbare gegevens bevatten. Algemene kladjes vragen meestal geen micro-cut. Let ook op de opgegeven veiligheidsklasse, want fabrikanten koppelen die aan de afmetingen van de snippers. Een Fellowes-papierversnipperaar kan per model een andere snijmethode hebben.