De elektrode bepaalt hoeveel vertrouwen je in de meetwaarde hebt. Kalibreer vóór een meetreeks met verse bufferoplossingen die bij je bereik passen. Buffers met pH 4,01, 7,00 en 10,01 zijn veelgebruikte referentiepunten. Een eenpuntskalibratie volstaat soms bij metingen rond één bekende waarde.
Kalibratie met twee of drie buffers geeft meer controle over een groter meetbereik. De meter werkt dan beter. Spoel de elektrode af met gedemineraliseerd water tussen buffers en monsters. Dep haar voorzichtig droog met pluisvrij papier.
Temperatuurcompensatie corrigeert de elektrodereactie voor temperatuur tijdens het meten. De functie verandert de werkelijke zuurgraad van een monster niet. Een elektrode met een open verbinding helpt bij stroperige monsters, omdat deze minder snel verstopt raakt dan een standaard keramische verbinding tijdens langdurige meetreeksen in het lab. Bewaar een glaselektrode in geschikte bewaarvloeistof, zodat het membraan niet uitdroogt.