Een goede grip voorkomt wegglijden tijdens nauwkeurig plukken. Pincetten van ongeveer negen tot tien centimeter liggen voor de meeste handen rustig tussen duim en wijsvinger. Ribbels helpen bij vochtige vingers.
De twee armen moeten gelijkmatig veren, zodat de punten zonder zichtbare kier op elkaar sluiten. Test dit door een dun haartje vast te pakken. Blijft het haartje glijden, dan sluiten de bekken waarschijnlijk niet precies genoeg.
Een te stug model vraagt veel druk, waardoor je hand sneller vermoeid raakt en het haar eerder afbreekt. Lichte pincetten reageren meestal directer op kleine bewegingen van je vingers. Zwaardere metalen modellen voelen soms stabieler, vooral wanneer je met een vaste hand dichtbij de spiegel werkt. Tijdens langere sessies maakt die balans merkbaar verschil voor je hand.