Formaat en structuur bepalen hoeveel oppervlak je per beweging reinigt. Een kleine doek geeft controle rond kranen en randen. Grotere doeken vouwen makkelijker in meerdere schone vlakken. Vouw een vierkante doek twee keer, zodat je per schoonmaakbeurt verschillende zijden gebruikt.
De weefstructuur stuurt hoe de doek over een oppervlak glijdt. Een vlak geweven doek laat meestal minder vezels los. Lussen vergroten de opname van vocht en los vuil. Een reliëfstructuur geeft meer grip, waardoor je met minder druk langs voegen, handgrepen en andere onregelmatige plekken werkt.
Controleer ook de afgewerkte randen voordat je een set kiest. Dikke zoomranden kunnen vocht vasthouden. Een dunne rand droogt doorgaans sneller en blijft minder lang klam. Wie regelmatig grote vloervlakken nadoet, kan beter een dweilmop gebruiken, omdat een handdoekje dan snel verzadigt en meer tijd vraagt.