De werking van een reiniger hangt af van zuurgraad, bestanddelen en inwerktijd.
Een zure reiniger helpt vaak tegen kalk en minerale aanslag. Een alkalische reiniger richt zich vaker op vet en ander organisch vuil. De pH-waarde zegt dus iets over de werking, maar niet alleen over de veiligheid voor een oppervlak.
Oppervlakteactieve stoffen laten water beter over vuil lopen en ondersteunen het losmaken. Inwerktijd geeft het middel gelegenheid om vuil zachter te maken. Langer laten zitten werkt niet altijd beter, omdat het oppervlak kan verkleuren of uitdrogen.
Verdun alleen wanneer het etiket dat voorschrijft. Te weinig middel kan onvoldoende reinigen, terwijl een te hoge dosering resten achterlaat. Spoelen is vooral nodig wanneer het middel op een oppervlak komt dat je vaak aanraakt. Zo blijft er minder productfilm achter.