Temperatuur bepaalt welke hardheid goed bij de sneeuw past. Kijk naar zowel luchttemperatuur als sneeuwtemperatuur, want een piste verandert gedurende de dag door zon, schaduw en gebruik. Fabrikanten vermelden daarom meestal een bereik in graden. Kies bij twijfel een wax voor het midden van dat bereik, omdat extreme keuzes snel te hard of te zacht uitvallen. Meet je zelf, dan helpt een eenvoudige sneeuwthermometer.
Verse droge sneeuw vraagt vaak om een hardere samenstelling, terwijl oude natte sneeuw beter reageert op een zachtere wax die water afvoert. Vuile voorjaarsneeuw remt merkbaar. Een structuurborstel kan dan het verschil maken, omdat die fijne kanalen vrijhoudt voor smeltwater onder het belag. Wie vooral op geprepareerde pistes skiet, kan de wax afstemmen op ski's voor de piste en het verwachte weer. Bij wisselende omstandigheden is een allroundbereik vaak verstandiger dan een zeer smalle racewax, omdat je daarmee minder snel verkeerd zit zodra de middag zachter wordt in de loop van de dag.