De opbouw bepaalt hoeveel grip en wendbaarheid je voelt. Camber is de lichte boog onder een onbelaste ski. Die veerdruk helpt op een harde piste. Een ski met veel camber houdt de kant langer onder druk, waardoor hij op harde sneeuw meer grip biedt.
Rocker aan tip en tail laat de ski eerder loskomen. Daardoor draait hij makkelijker. Op ijzige pistes voelt een sterke rocker soms minder vast. De effectieve kantlengte wordt dan korter, terwijl een traditionele camber juist langer contact met de sneeuw houdt.
Taillebreedte en sidecut bepalen de bochtradius. Een smalle taille wisselt sneller van kant op een harde piste. Een brede taille drijft beter in zachte sneeuw, maar vraagt meer kracht bij kantenwissels. Rocker aan tip en tail verkort de effectieve kantlengte, waardoor de ski makkelijker instuurt in zachte sneeuw maar bij hoge snelheid minder stevig kan aanvoelen op een ijzige piste.