De puntvorm bepaalt waar warmte en soldeer terechtkomen. Voor kleine printpads geeft een conische punt zicht rond de verbinding. Dat werkt precies. Een brede beitelpunt brengt meer warmte over op grote soldeervlakken omdat het contactvlak groter is terwijl een conische punt vooral kleine pads en dunne draden bereikt met minder risico op aangrenzende verbindingen. Kies zo'n vorm niet voor dikke kabels of massavlakken. Een ronde punt raakt het werkstuk op een klein vlak.
Een beitelpunt heeft een vlak contactvlak en houdt daardoor meer soldeer vast bij kabels of grotere aansluitvlakken. Een schuine punt combineert bereikbaarheid met een bruikbaar reservoir voor middelgrote verbindingen. Die keuze loont. Gebruik een mespunt alleen wanneer je langs smalle rijen aansluitingen moet werken. De keuze voorkomt schade. Wie vaak verschillende verbindingen maakt heeft meestal meer aan twee vormtypes dan aan één extreem fijne punt.