Het verschil tussen prettige en irritante fietskleding zit zelden in de kleur, maar in het materiaal en de snit. Rek in de stof, de mate waarin een shirt vocht afvoert en de plek van de naden bepalen of je na een lange rit nog comfortabel op het zadel zit of juist gaat schuiven en schrijnen.
Let bij een broek altijd op de zeem, het gewatteerde inzetstuk dat drukpunten opvangt. Een dunnere zeem werkt prima voor korte, snelle ritten, een dikkere variant is prettiger op lange afstanden maar voelt de eerste keer vreemd aan onder je broek. Kies daarnaast een pasvorm die bij je houding past: een racefit sluit strak aan voor een lage, aerodynamische zit, een relaxed fit geeft meer ruimte voor wie rechtop fietst. Te ruime kleding wappert in de wind en trekt aan de naden, te strakke kleding snijdt in en beperkt je ademhaling.
Rijd je in wisselvallig weer, denk dan in laagjes in plaats van één dikke jas. Combineer een dunne trui uit de fietstruien met een licht windjack: dat houdt je op een klim warm zonder dat je bij de afdaling gaat zweten, en die combinatie is flexibeler dan één zware trui die je de hele rit aanhoudt.