Een stofmasker werkt alleen goed wanneer het schoon en intact blijft. Herbruikbare modellen vragen daarom om regelmatige controle. Een wegwerpmasker vervang je zodra het beschadigd, nat of zichtbaar vervuild is. Vocht verhoogt de ademweerstand en kan de pasvorm minder betrouwbaar maken. Bewaar ongebruikte maskers droog en beschermd tegen stof.
Let op de markering EN 149:2001+A1:2009, want die hoort bij filterende halfmaskers tegen deeltjes in Europa. De code FFP1, FFP2 of FFP3 staat meestal samen met deze norm op het masker. Een NR-markering betekent beperkt gebruik, terwijl R aangeeft dat hergebruik volgens de instructies mogelijk is.
Ook de letters D kunnen verschijnen. Die markering wijst op een test tegen verstopping met dolomietstof, waardoor de ademweerstand tijdens gebruik beter voorspelbaar blijft. Wie modellen naast elkaar vergelijkt, kan stofmaskers van Plusjop en stofmaskers van 3M beoordelen op klasse, pasvorm en duidelijke normmarkering, want die gegevens laten zich beter vergelijken dan alleen de vorm van het masker.