Thermokoppels kies je eerst op type temperatuurbereik en aansluiting. Een thermokoppel levert een kleine spanning wanneer twee verschillende metalen een temperatuurverschil ervaren. Het meetinstrument moet dat type herkennen. Type K werkt breed en komt vaak voor bij algemene temperatuurmetingen.
Type J, T, N en E hebben elk een eigen legering en een andere spanningscurve. Vergelijk daarom nooit alleen de stekker, want dezelfde vorm garandeert geen passende typecodering. Ook de kabel bepaalt de meetfout. Een verlengkabel van een ander metaal kan extra thermospanningen veroorzaken, waardoor een correct gemonteerde sensor toch een afwijkende waarde doorgeeft naar de aangesloten regelaar of meter tijdens langdurige metingen.
Let op de polariteit. De negatieve ader heeft bij veel typen een afwijkende markering, al verschilt die markering per norm en fabrikant. Past geen variant bij je toepassing, dan biedt Meethulpmiddelen en sensoren meer meetprincipes.